Over als het glad is of er ligt sneeuw

Het was al weer een tijdje geleden dat ik bericht uit Ottawa ontving. Of eigenlijk niet uit Ottawa, maar van een eindje noordelijker. Louise schreef dat Ottawa moeilijker bereikbaar wordt, de komende tijd. Ze schrijft over winter en over als het glad is of er ligt sneeuw, en over autorijden. Ze wil onze Jas van Taal naar Ottawa halen, naar het Ottawa Inuit Childrens Centre.

Louise komt uit Scheveningen, is in Canada betrokken ( zij zou zeggen involved) bij inspanningen om de Inuit-cultuur te behouden door die over te dragen aan nieuwe generaties. Bijvoorbeeld aan haar jongste kleinkind van net twee maanden oud. Toen ze  eerder dit jaar naar Canada terugging vertelde ze spijtig dat geen van haar kleinkinderen meer in de leeftijd viel om nog naar het kindercentrum te mogen gaan. Dat is dus opgelost.

Het Ottawa Inuit Childrens Centre biedt kinderen een uitgebreid tweetalig programma. Ik zag foto’s van hoe de Engelse taal en het Inuktitut hand in hand gaan. Dat onze Jas van Taal daar een mooie plek zou kunnen innemen snap ik. Kinderen uitdagen om niet één maar twee talen op een speelse manier tot zich te nemen – dat is een prachtig werkdoel.

Wikepedia zegt dat er zo’n 30.000 Inuktitut-sprekers zijn. Louise is er daar één van, en kennelijk is ze van deze taal gaan houden. Liefde voor taal kruipt als bloed, en taal gaat hand in hand met andere aspecten van een (al dan niet heersende) cultuur.  Daarover gaat het Ottawa Childrens Centre, en daarover gaat onze Jas van Taal. Binnenkort meer over de Jas. En vandaag geen gedicht, maar een beeld van een festival. Met kinderen & met de Jas:

 

 

Oneigenlijk gebruik van de bidstoel

In dit stukje ga ik even terug naar mei, naar een workshop in het programma De Beeklaan Bruist. Ondertitel van het festival handelde over veilig en schoon op straat, maar een paar dagen voor de workshop vond de overval en moord op juwelier Ruud Stratmann plaats.

En daar zat de poëziedocent aan tafel in de Regenvalk. Het was vrij leeg. De workshop was bedoeld voor jongeren, maar de aanwezigen die op twee handen te tellen waren waren van alle leeftijden. Iedereen schoof bij elkaar aan dezelfde tafel, schoof aan bij dezelfde activiteit. Eerst met z’n allen gedichten schrijven, daarna samen aan mozaïek werken.

Het was een enigszins bedrukt gezelschap. Praten over wat er gebeurd was wilden mensen niet, maar – het was onmiskenbaar  aanwezig. De saamhorigheid was groot, ondanks enige langlopende ergernis tussen vaste bezoekers. En aan het einde van de middag was er een mapje gedichten geschreven, uitgetypt en geprint. Vanwege de nare omstandigheid werd een presentatie vooruitgeschoven.

En onlangs was het dan zo ver: gedurende een feest in de wijk werd fotografie, mozaïek en poëzie uit mei alsnog aan de wijk getoond, in en rond de Agneskerk. Een oriënterend bezoek aan de kerk moest ideeën opleveren over plekken om de gedichten te plaatsen. Alle muren hingen vol. Maar: daar stonden ze, prachtig strak op een rij, opgeklapte bidstoelen. Steuntjes waar van oudsher knieën rusten en daarboven de onderkant van de zitting die eigenlijk een mooi gevormde houten lijst is – natuurlijk moesten daar de gedichten komen.  Malou Osendarp van Maloudesign maakte het af: open typografie,  heldere vormgeving, en posters die precies in het binnenkader van de bidstoelenlijst passen. De kniesteunen droegen voor één dag kleurige platen met gedichten uit de wijk die regelmatig met aandacht werden gelezen.

Jammer genoeg konden we de gedichten wél plaatsen, maar de expositie niet bijwonen. Wie weet krijgen we nog foto’s uit de wijk – dan kunnen we er daar nog enkelen van tonen. Bij gebrek aan foto’s van de expositie eindig ik met een tweede poëzieposter:

 

Rood als het bloed van een operatiehandschoen

Ik mag mee naar Nina Dak. De subsidiegever van de poëzielessen komt, activiteitenbegeleider Daniella die alles zo mooi plande komt, Anne Büdgen verzorgt twee lessen, en ik schuif aan op de bank aan de zijkant in een groep met kinderen van 4 tot 7 jaar. Anne gebruikt een prentenboek over een jongen & een boom – ze groeien samen op. De jongen verstopt zich in de boom, snijdt een hartje in zijn bast, en snijdt later nog een hartje in de bast. Dan wordt de jongen een man. Ik hoor prachtige woorden, zinnen, gedachten. Die kleintjes maken precieze afwegingen die ze in rake bewoordingen uitspreken. Er ontstaat mooie taal!

Later verhuis ik naar de groep met kinderen vanaf 7 jaar. Hier hoor ik protest. Liever waren de kinderen buiten met het mooie weer . Nu moeten ze schrijven, hebben daar écht geen zin in! Anne past zich aan, maakt de les speels en toegankelijk. Ze verleidt de kinderen mooie woorden te bedenken en te schrijven. Elk kind heeft in een handomdraai een gedicht staan, leest dat voor, en maakt een beeld bij het eigen gedicht.  De Ferrari zo rood als het bloed op de operatiehandschoenen staat niet alleen: er is mooi gewerkt.  Zoals bijvoorbeeld door Jonathan. Hij schrijft:

Weet je

Je ogen zijn als chocolade
Zonnevlekken zijn reusachtige moedervlekken van de zon
De dodelijke gifpijlkikker is als een gele maan
hij heeft genoeg gif om tien volwassen mensen te doden

De lucht kan soms blauw zijn als inkt


 

 

 

De poes met het rode oog

Een stuk of zes kinderen van 4 en 5 jaar oud van Said Dak (Dakkindercentrum aan de Vermeerstraat 66A) maakten een groepsgedicht. Docent Krijn Peter noteerde het gedicht, en Arda (5 jaar) zorgde voor de bijbehorende tekening.  Het gedicht heet:

De poes met het rode oog

Er is een poes en die heet Aksum
Hij is heel verdrietig
Hij is namelijk tegen de muur aangelopen
Nu is zijn oog helemaal rood
Het doet verschrikkelijk pijn
Dus hij jammert luidkeels:
Mi-au!’
Gelukkig hoort een vogeltje hem
en fluit voor hem een lied
Dat vrolijkt Aksum de poes weer wat op
Maar zijn oog doet nog altijd zeer
Dus vliegt het vogeltje voor hem naar de dierendokter
Die komt snel aangereden in de dierenambulance
en plakt een mooie pleister op zijn oog
Dan is Aksum de poes weer blij