Telkens als je opnieuw keek

Het is alweer een jaar geleden dat ik met leerlingen van twee scholen de muurschildering van Hussem in Theater Dakota bezocht, en deze week ben ik op twee verschillende manieren weer aan het werk met de resultaten van dit project.

Gaan we eerst een jaar terug in de tijd. Er werd  druk gewerkt in en aan het gebouw Zuid 57, we liepen tussen verf en gemorste stuc door. Zelfs de muurschildering was nog niet geheel gerestaureerd. De eerste klassen waarmee we Dakota bezochten kwamen van het Haags Vakcollege. Staande bij de de muurschildering las ik gedichten van Hussum hardop. Enorme abstracte beelden trokken de aandacht van leerlingen. Ze ontdekten overeenkomsten tussen gedichten en beelden. Eén jongen suggereerde dat Hussum misschien schreef wat hij niet kon schilderen, en schilderde wat hij niet wou schrijven. Met elkaar pratend en kijkend noteerden ze waarnemingen, gedachten en emoties, en met de trap als podium lazen ze daarna voor elkaar schetsgedichten hardop.

Twee dagen later, terug op school gingen ze verder met schrijven. Ze voelden zich niet zo op hun gemak met taal, deze leerlingen. Wat ik van ze vroeg was moeilijk voor hen. Maar – de impulsen van muurschildering en gedichten deden hun werk. De schijnbare eenvoud van de poëzie van Hussem werkte drempelverlagend.  Leerlingen werkten stevig door, en er ontstonden mooie resultaten.

Uit vier klassen van twee scholen kozen we uiteindelijk 20 gedichten om in de stijl van Hussem tot poëzieposters te verwerken. Deze posters vormen een expositie, die startte in Zuid 57, bij Dakota en Koorenhuis. Ze hingen op school, in Hagaziekenhuis Leyenburg en  op het Wijkenfestival Nationale Gedichtendag.

En dan nu terug naar september 2012: morgen komt een vertegenwoordiger van ziekenhuis Leyenburg/Hagaziekenhuizen onze stapel poëzieposters ophalen om ze voor de tweede keer in het ziekenhuis op te hangen. En ook deze week vroeg de nieuw aangestelde coördinator van de tweede deelnemende school – de Lesplaats van Scholengemeenschap Zuid West – om alle materiaal uit de lessen.

De posters krijgen keer op keer een nieuw leven. Nu dus weer op school, en op de gangen in ziekenhuis Leyenburg. Lof voor Malou Osendarp die het werk van de leerlingen typografisch vormgaf, en zo zorgde voor een lang bestaan van dit mooie werk. en vooral ook lof voor de leerlingen die prachtig gewerkt hebben. Hun gedichten verdienen het duurzame foam dat het reizen van de expositie mogelijk maakt. Gemaakt als onderdeel van het Hussemfestival in Dakota, en nog steeds springlevend!

Rood als het bloed van een operatiehandschoen

Ik mag mee naar Nina Dak. De subsidiegever van de poëzielessen komt, activiteitenbegeleider Daniella die alles zo mooi plande komt, Anne Büdgen verzorgt twee lessen, en ik schuif aan op de bank aan de zijkant in een groep met kinderen van 4 tot 7 jaar. Anne gebruikt een prentenboek over een jongen & een boom – ze groeien samen op. De jongen verstopt zich in de boom, snijdt een hartje in zijn bast, en snijdt later nog een hartje in de bast. Dan wordt de jongen een man. Ik hoor prachtige woorden, zinnen, gedachten. Die kleintjes maken precieze afwegingen die ze in rake bewoordingen uitspreken. Er ontstaat mooie taal!

Later verhuis ik naar de groep met kinderen vanaf 7 jaar. Hier hoor ik protest. Liever waren de kinderen buiten met het mooie weer . Nu moeten ze schrijven, hebben daar écht geen zin in! Anne past zich aan, maakt de les speels en toegankelijk. Ze verleidt de kinderen mooie woorden te bedenken en te schrijven. Elk kind heeft in een handomdraai een gedicht staan, leest dat voor, en maakt een beeld bij het eigen gedicht.  De Ferrari zo rood als het bloed op de operatiehandschoenen staat niet alleen: er is mooi gewerkt.  Zoals bijvoorbeeld door Jonathan. Hij schrijft:

Weet je

Je ogen zijn als chocolade
Zonnevlekken zijn reusachtige moedervlekken van de zon
De dodelijke gifpijlkikker is als een gele maan
hij heeft genoeg gif om tien volwassen mensen te doden

De lucht kan soms blauw zijn als inkt


 

 

 

Het Behouden Huys

De Maand van de Geschiedenis editie 2012 gaat over Arm & Rijk.  Wij belden de organisatie, en vertelden over gedichten schrijven. Over workshops waarin deelnemers gedichten schrijven over recente ervaringen en vroege herinneringen. Over dat mensen met die gedichten meewerken aan het bewaren en overdragen van kleine én grote verhalen – van ervaringen van alledag tot getuigenissen over de wereldgeschiedenis.

Deze workshopdichters treden in eerbiedwaardige voersporen. De dichter Hendrik Tollens schreef in de 18e eeuw over het avontuur Nova Zembla dat meer dan tweehonderd jaar daarvoor had plaatsgevonden.  Het gedicht De overwintering der Hollanders op Nova Zembla is zijn beroemdste werk. Mijn favoriet over die episode in de geschiedenis is het overigens niet. Dat is het Dagboek van Gerrit de Veer, een van de opvarenden, voor het eerst gepubliceerd in 1598. Het boek was een bestseller, toentertijd. En in de editie uit 1996 is het nog steeds een fijn boek. Geschiedenisbeleving voor onder de huid.

Ook fijn: de cd Gaaphonger, van de Zaanse groep de Kift. Die kwam uit in 1996, vierhonderd jaar na terugkeer van de gestrande bemanning. Luister naar de manier waarop De Kift de ervaring van toen dicht bij de beleving van nu proberen te halen. Ze zoeken de overwinteraars op. De gezongen en gesproken teksten kruipen onder je huid.

Dat kan ook gebeuren bij het schrijven van gedichten naar aanleiding van persoonlijke herinneringen. Het levensverhaal noteren is in trek – Opa vertel eens, Mam, vertel ‘s, Pap – het belang van die persoonlijk beleefde kleine geschiedenis is momenteel groot. En daarin neemt het schrijven van gedichten een bijzondere plek in. Associatieve routes naar een gedicht zijn goed voor een omweg naar kippevelteksten. Dat is zichtbaar in het tienminuten-filmpje Uit de eerste hand. In het filmpje klinken meerdere gedichten, en ontstaat er inzicht in het maakproces. Over de Maand van de Geschiedenis later meer.

 

Jonge woorden op hoge leeftijd weer jong

Mevrouw van Beusekom schrijft zeer geconcentreerd aan een vers gedicht bij haar bezoek aan een poëziefeestje – dat is te zien op bovenstaande facebookpagina.

Veel ouderen doen dat in ons project Uit de eerste hand, vol aandacht aan nieuwe gedichten werken.  We trekken door de stad: langs verzorgingscentra, wijk- en dienstencentra, verpleeghuizen en dagopvangcentra.  Ouderen weten herinneringen om te zetten naar gedichten. Gedichten die het vervolgens mogelijk maken om de beleving die in het hart van die herinnering staat te delen, uit te wisselen, te bewaren.

Later meer over de gedichten die voortkomen uit die workshops en cursussen.  Maar, nadat  hiervoor veel materiaal van kinderen passeerde, vandaag wil ik even het spectrum verbreden. Wil ik vooral ook vertellen hoe het komt dat binnen Huis van Gedichten zich bij kinderen en ouderen een cirkel sluit.

Wij starten met poëzie-educatie bij 2-jarigen. Dat doen we met de Jas van Taal. We brengen kleintjes in aanraking met mooie woorden. Kinderen leren dagelijks méér taal gebruiken, en kennelijk is juist die vroege periode voor de taalbeleving van groot belang. Kennelijk: in onze workshops met ouderen grijpen deelnemers vaak terug op gedichten, liedjes, versjes die ze op zeer jonge leeftijd hebben geleerd. En als wij dan enkele ontbrekende woorden of strofes via google terugvinden is de blijdschap groot.

Veel sterker is dat effect als ouderen mentaal aangetast raken. Ik herinner me dat mijn moeder blij werd van het zingen van oude kinderliedjes toen ik haar verder op geen enkel andere manier meer kon bereiken. Dat is waardevol! En – een extra motivatie om juist hele jonge kinderen niet over te slaan bij poëzie-educatie.

Tot slot verwijs ik nog even naar het gedicht op de foto.

 

De poes met het rode oog

Een stuk of zes kinderen van 4 en 5 jaar oud van Said Dak (Dakkindercentrum aan de Vermeerstraat 66A) maakten een groepsgedicht. Docent Krijn Peter noteerde het gedicht, en Arda (5 jaar) zorgde voor de bijbehorende tekening.  Het gedicht heet:

De poes met het rode oog

Er is een poes en die heet Aksum
Hij is heel verdrietig
Hij is namelijk tegen de muur aangelopen
Nu is zijn oog helemaal rood
Het doet verschrikkelijk pijn
Dus hij jammert luidkeels:
Mi-au!’
Gelukkig hoort een vogeltje hem
en fluit voor hem een lied
Dat vrolijkt Aksum de poes weer wat op
Maar zijn oog doet nog altijd zeer
Dus vliegt het vogeltje voor hem naar de dierendokter
Die komt snel aangereden in de dierenambulance
en plakt een mooie pleister op zijn oog
Dan is Aksum de poes weer blij

 

In alle winkels water

Afgelopen voorjaar ontwierpen we een aantal lessen op verzoek van de Haagse stichting Kosmopolis. Die lessen waren voor Het Haags Kinderkabinet, een programma voor kinderen binnen school rondom de Turkse Dag voor de kinderen. Wat zouden kinderen veranderen, anders doen, als zij de baas waren – dat was de kernvraag.

Huis van Gedichten zorgde in Het Kinderkabinet voor de poëzie, maar kinderen maakt ook strips, raps, filmden, kortom Kosmopolis ontwikkelde een mooi en veelzijdige programma.  Reden om dit programma hier nu nog te noemen: exposities met kinderwerk toeren deze zomer door de stad. Ik kan alleen maar aanraden: ga kijken. Het programma dat zelfs doorloopt tot in oktober staat op de website van het Haags Kinderkabinet

En tot slot nog een gedicht. Jamie schrijft:

In alle winkels water
40 graden geen school in de buurt
en op de plaats van de school
vind ik duizenden euro’s.
Allemaal geld daar droom ik van.

De aquariums lichtblauw
paarse en roze vissen
dat zijn cadeautjes voor mij
dan ben ik blij.

Maar vraag er niet teveel over
want anders ga ik blozen.

 

Meer over bier en poëzie

Op het eerste oog klinkt het vreemd : overvloedig drankgebruik maakt gebruik van een tweede taal gemakkelijker.  Verder lezen bij Brainscape geeft een simpele verklaring – dronkenschap zorgt voor een tijdelijke vergroting van het vertrouwen in eigen vaardigheid.

Het afremmen van ik-kan-dit-niet, niemand-verstaat-me en het-is-geen-gehoor kan ook met het schrijven van gedichten.  Technieken uit het vakgebied creatieve writing zijn net als drank zeer geschikt voor het tijdelijk stilleggen van overmatig & dus remmend zelfbewustzijn. Scheiden van conceptueel denken en precieze uitvoering van dat concept zorgt ervoor dat alle twijfels voor persoonlijk onvermogen milder worden.

Als fouten maken mag wordt taal eenvoudiger. Dan durft de onzekere spreker of schrijver meer op de eigen woorden te vertrouwen. Dan klinken woorden beter, vanzelfsprekender en overtuigender. Losse woorden, gekke verbindingen, onverwachte regels: in een gedicht kan het allemaal.  Spellingsfouten en storende grammaticale imperfecties werk je later dan wel bij. Zo kan poëzie structureler dan drank bijdragen aan vertrouwdheid met een nieuwe taal. Tot slot eindig ik met een gedicht van student Nederlandse taal Cao Xian:

Vlinder en vogel
dansen in de lucht
zon water vuur
aarde van de wereld
huis eten
lucht van het leven
bloemen en groen
van het eiland
water van de zee
zon van de lucht

Omringd door een elftal kleuters

Bijna dagelijks gaan er deze maand docenten van Huis van Gedichten naar kinderdagcentrum van Dak. Alle Dak-centra hebben een voornaam, dragen als achternaam Dak. Milan Dak. Tarik Dak. Femke Dak. En steeds krijg ik  verhalen terug over hoe het was bij Laura Dak, Frank Dak, Nina dak.  Vandaag verwijs ik graag door naar een blogpost van docent Krijn Peter Hesselink Tien flessen bier in het kinderdagverblijf. Ook docenten Anne Büdgen en Jacques Brooijmans sturen regelmatig updates over het verloop van de lessen, zij komen hier binnenkort aan het woord.

Koprollen

Zo in de nadagen van schooljaar en cultureel seizoen buitelen de projecten bij ons over elkaar heen. Afrondingen. Subsidieverslagen. Offertes. Plannen. Vooruitkijken, terugblikken, en tegelijkertijd werken we gewoon door. Zoals bij Dak kindercentra.
Omdat Dak dit jaar 100 jaar bestaat wil Dak graag 100 poëzieworkshops. Kinderen vanaf 4 jaar maken kennis met gedichten horen, en werken aan nieuwe exemplarenin groepjes (kleine kinderen) en individueel (de groteren) .  Binnenkort hoop ik af en toe een gedicht van jonge (<7) of wat grotere (>7) kinderen hier te kunnen plaatsen. 100 groepen – dat zullen  toch snel meer dan 1000 gedichten zijn. Daaruit laten we graag enkele juweeltjes lezen.