Want de aarde draait om de zon

Onecht is dat we allemaal zien dat de zon dag na dag ondergaat, terwijl we weten dat dat niet waar is, want de aarde draait om de zon, zegt een leerlinge van Lyceum Ypenburg afgelopen vrijdag in het eerste uur van de de tweede poëzielesdag. Het gesprek gaat over het thema van festival Writers Unlimited dat op donderdag 16 januari zal losbranden: Like me, Like me. En –  deze generatie die opgroeide met sociale media weet dat die zaken belangrijk én regelmatig onverenigbaar zijn; hetzelfde zijn, geliefd zijn, uniek zijn.

Elk najaar na de herfstvakantie starten we de voorbereidingen voor Who’s Afraid of Youth – het poëzieproject dat we samen met stichting De Winternacht in 2014 voor de 10e keer maken. Dit jaar doen er weer een kleine 150 leerlingen mee:  van Daltoncollege Voorburg, Lyceum Ypenburg, en van twee scholen van Johan de Witt. Ze krijgen allemaal minimaal 10 uur les. In die lessen passeren er verschillende benaderingen van het jaarlijkse thema,  zijn er vele verschillende impulsen die leren over poëzie, en  maken de leerlingen stapels schetsteksten. Er komt een dichter op bezoek in de klas, ze kijken naar een film over poëzie, en sommigen vertalen een gedicht uit de eigen taal.

Over de opbouw van die lessen zegt Anne Büdgen, dichter en docent van Huis van Gedichten: Ik vind het zo mooi al die lagen te ondersteunen en uiteindelijk bij elkaar te brengen..! In dit project vind ik dat minstens zo spannend en inspirerend als zelf een gedicht schrijven dus ik ben het weekend in gezweefd!

Nieuwsgierig waar dat alles toe leidt?
Vrijdagavond 17 januari staan er leerlingen uit 3 klassen Johan de Witt op het podium in het Spuitheater, en zaterdagavond leerlingen van Lyceum Ypenburg en Dalton Voorburg. Who’s Afraid of Youth, even na achten, in de foyer als opener van het Friday Night Wintercafé, en van het Saterday Night Wintercafé. Wie schuift er aan?

Een barbiepop als wapen

Gisteren ontving ik via Linkedin een verzoek tot contact verstuurd door een jonge vrouw. Haar naam kwam me bekend voor, maar ik wist niet waarvan. Het profielfotootje hielp niet meteen. Mijn hoofd wierp zich onmiddellijk & ongevraagd op de taak te achterhalen waarom de combinatie van voor- en achternaam bekend klonk.

Halverwege een televisieserie sprong ik op & greep een boek uit de boekenkast: Een barbiepop als wapen – gedichten bij dodenherdenking, geschreven door leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep. Ik bladerde snel, en ja hoor – daar stond haar naam. Een voormalige leerling van Johan de Witt. Ze was deel van het jaarlijkse poëzieproject van Johan de Witt en Huis van Gedichten rondom Dodenherdenking.

Eens per jaar kiest Johan de Witt een groepje leerlingen uit voor een intensief lestraject dat start eind april en doorloopt tot in de meivakantie. Ze krijgen in totaal 12 uur poëzieles waarin ze toewerken naar één slotgedicht & een presentatie. Thema: Dodenherdenking.  Uiteindelijk lezen ze bij de dodenherdenking van het parlement hun gedichten.
Bijna niemand slaat deze uitnodiging af. Het begint met de eer natuurlijk, maar ik denk ook wel dat het project binnen de school een status heeft.  Als de leerlingen van Johan de Witt wisten hoe geweldig dit was wilden ze allemaal wel meedoen, zei een leerling jaren geleden toen we na de voordracht door het gebouw van de Tweede Kamer naar de kantine werden begeleid.

De jonge vrouw van gisteren is niet de eerste uit dit project die later weer contact zocht: in een groepje van (gemiddeld) zes leerlingen intensief en buiten school aan een dergelijke presentatie werken is bijzonder voor iedereen. Ik herinner me de jaargangen stuk voor stuk. Als ik door Een barbiepop als wapen blader zie ik de gezichten en hoor ik hun stemmen. En sommigen ontmoet ik weer – online of in de stad.

Binnenkort is de poëziebundel die uit dit project ontstond online beschikbaar. Misschien dat ik voor die tijd nog wel méér vertel over dit project: tenslotte gaan we al haast weer beginnen. Maar vandaag eindig ik met een filmpje, én met een foto van de pagina met het gedicht van de jonge vrouw die me gisteren dat berichtje stuurde. Zij schreef het titelgedicht – zonder titel.

 

 

En daarna dacht ik niet meer zoveel

Zondagochtend 9 december 08:49 uur, 13 minuten na zonsopgang

Vanochtend om 7 uur dacht ik: potdorie wie bedenkt dit!
Daarna dacht ik – waarom bedacht ik dit toch. En daarna dacht ik niet meer zoveel, totdat ik door die mooie stroken rafelwildernis bij Mariahoeve liep en al snel geen last meer had van die druppels die af en toe vielen. Niet zo hard lopen! riep natuurgids Geert me na. En we bleven staan, en bespraken met elkaar de molen, de polder toen en nu, de ontwikkeling van het landschap. De rust zorgde er voor dat we steeds beter gingen kijken.

We waren Geert van Poelgeest van het Haags Milieucentrum, schrijver/poëziedocent Ineke Riem en ik. Voor mij was er geen reden om mee te gaan anders dan dat ik dat graag wilde. Helaas lieten andere gegadigden het afweten. Opstaan op winterochtenden kan zo lastig zijn, en er was beroerd weer voorspeld.

Dat de rafelranden van de stad verband houden met de natuur kwam onder meer ter sprake naar aanleiding van een bijenonderzoek – bijzondere wilde bijen die waargenomen  zijn in een tuin langs het spoor. Maar ook passeerde datzelfde in een gedicht van Ida Gerhardt Lof van het onkruid,  en werd het zichtbaar in de tuinen – die tussen de twee spoorlijnen – die afgebroken worden. En wie weet –  misschien komt dat ook wel weer terug in de een gedicht van Ineke naar aanleiding van deze wandeling.

Ik wil even de prachtige kastanjeboom noemen die we op de Carel Reinierszkade zagen: een wilde kastanje die zichtbaar op een andere onderstam geënt is, ooit lang geleden. Alsof hij een rokje draagt, zo toont de donkerdere onderstam zich!
En dan eindig ik dit keer met een vraag: wie herkent onderstaande boom?

 

 

Gedichten schrijven bij zonsopgang

Hoe veel plezier ik ook beleef aan het schrijven van dit blog, het vorige bericht is al van meer dan een maand geleden. Ik had meer te vertellen dan kon in de tijd die ik tot mijn beschikking had, en daardoor vertelde ik niets.

Ik wilde schrijven over de volle dag poëzieles op het Haags Montesori Lyceum, over de geweldige sfeer daar, de gedichten-in-wording, en over een bijzonder gesprek met een leerling uit 4 vwo. In mijn hoofd was het verhaal bijna klaar, ik hoefde alleen nog een passend gedicht uit te zoeken.

Ik wilde schrijven over de activiteit met drie Haagse Kerken, het Kersthuis. Schrijven over de betekenis en de waarde van kerst en het vieren daarvan.  Zes keer achter elkaar zat ik met een nieuwe groep om tafel, en verrasten we ons allen met elkaar. Agnost die ik ben geloof ik zomaar dat mijn beleving van Kerstmis veranderd is door het avontuur dat ik met deze mensen méé ben ingegaan.

Maar in de weg zat MBMB 02: Mariahoeve Binnen Mariahoeve Buiten Tweede editie.
In MBMB nodigt Huis van Gedichten wijkbewoners uit te schrijven over hun leefomgeving. Onze laatste nieuwsbrief gaat over dit project, en hier op deze plek kom ik er binnenkort op terug. Nu wil ik even aandacht besteden aan twee dingen:

1. Donderdagochtend 29 november is onze eerste (gratis) zonsopgangwandeling, samen met het Haags Milieucentrum – een gegidste wandeling door de parknatuur van en rond Mariahoeve, met natuurgids en poëziedocent. Leuk, als u meegaat!
Startpunt en precieze tijdstip hoort u na aanmelding (op 070-737002 of bij info@huisvangedichten.nl), we eindigen in Bibliotheek Haagse Hout met koffie en warmte. Misschien heeft u daar nog zin om van notities een gedicht te maken.

2. Het gedicht de dieren zijn gelukkig van Gilles Boeuf, in 2011 geschreven op ons verzoek, is te lezen helemaal aan het einde van dit bericht. Woensdag 28 november wordt er bij ons drukwerk afgeleverd, met ook andere gedichten van Gilles, en informatie over MBMB 02. Daarna gaat MBM 02 op volle toeren draaien.

De dieren zijn gelukkig

 voor de honden, vogels, konijnen en schapen van Mariahoeve

Lager dan hen in onze vierkante huizen,
zijn wij van de wereld
die zij doorschrijden,
te gast bij de vogels

Terwijl de konijnen de straten
beter kennen dan wij,
in hoekige bochten beminnen
zij alle struiken

Koninkrijk Marlot
is intiem met iedere hond
Rennen zij steeds hun einde in
terwijl ze schuin naar ons kijken

We bewonen waar zij leven
de brede straten en vele bomen
markeren ons lopen
statig als de ooievaars

maar de schapen kijken ons zachtmoedig
aan

 

 

 

Over als het glad is of er ligt sneeuw

Het was al weer een tijdje geleden dat ik bericht uit Ottawa ontving. Of eigenlijk niet uit Ottawa, maar van een eindje noordelijker. Louise schreef dat Ottawa moeilijker bereikbaar wordt, de komende tijd. Ze schrijft over winter en over als het glad is of er ligt sneeuw, en over autorijden. Ze wil onze Jas van Taal naar Ottawa halen, naar het Ottawa Inuit Childrens Centre.

Louise komt uit Scheveningen, is in Canada betrokken ( zij zou zeggen involved) bij inspanningen om de Inuit-cultuur te behouden door die over te dragen aan nieuwe generaties. Bijvoorbeeld aan haar jongste kleinkind van net twee maanden oud. Toen ze  eerder dit jaar naar Canada terugging vertelde ze spijtig dat geen van haar kleinkinderen meer in de leeftijd viel om nog naar het kindercentrum te mogen gaan. Dat is dus opgelost.

Het Ottawa Inuit Childrens Centre biedt kinderen een uitgebreid tweetalig programma. Ik zag foto’s van hoe de Engelse taal en het Inuktitut hand in hand gaan. Dat onze Jas van Taal daar een mooie plek zou kunnen innemen snap ik. Kinderen uitdagen om niet één maar twee talen op een speelse manier tot zich te nemen – dat is een prachtig werkdoel.

Wikepedia zegt dat er zo’n 30.000 Inuktitut-sprekers zijn. Louise is er daar één van, en kennelijk is ze van deze taal gaan houden. Liefde voor taal kruipt als bloed, en taal gaat hand in hand met andere aspecten van een (al dan niet heersende) cultuur.  Daarover gaat het Ottawa Childrens Centre, en daarover gaat onze Jas van Taal. Binnenkort meer over de Jas. En vandaag geen gedicht, maar een beeld van een festival. Met kinderen & met de Jas:

 

 

De professional die leert over poëzie leren

Is wat wij doen dan wel goed genoeg? Deze vraag stelde een gevangenisbibliothecaris, ik noem haar maar even Heleen, in de workshop voor gevangenismedewerkers uit het hele land, in CODA, Apeldoorn. Na enig aarzelen antwoordde ik – Nee. Na een kleine pauze gevolgd door – En, ja, natuurlijk wel!

Na succesvolle poëziecursussen in PI Almere was het de beurt aan bibliothecarissen om te ondergaan wat gedetineerden eerder in de cursus ervoeren. Na een razendsnelle schrijfopdracht volgde het verhaal achter doelen en lessen, was er ruimte voor het uitwisselen van ervaringen met andere poëzieprojecten in gevangenisbibliotheken, en spraken we met elkaar over de zin van poëzie achter de muren. We hoorden over de slimme roostering in een PI die het mogelijk maakte enkele medewerkers flink wat uren in staat te stellen poëzielessen te verzorgen. Iedereen werkte tijdelijk een tandje harder om het project mogelijk te maken. Alsof dat niet goed genoeg zou zijn!

Aanleiding van die kwaliteitsvraag was de methodische ondergrond van de schrijfopdracht waaraan de bibliothecarissen werkten. Heleen vroeg waarom ik die opdracht als openingsopdracht in de gedetineerdencursus gebruikte, en of kwetsbare mensen er emotioneel niet op konden uitglijden.  Ik lichtte elk element toe – de keuze voor straat- en bloemenstillevens van kunstenaar Margriet Westervaarder, de opbouw van vragen, de rol die het zevenjarige kind heeft, en waarom ik eindig met de vraag naar een nieuw element. Achter elke schijnbaar lichte stap ontdekte Heleen onderdelen van een stevig fundament – doelbewust werken en faseren met associatieve en creatieve processen. Vanuit dat perspectief zei ik mijn eerste aarzelende Nee. Ik hoorde achter de vraag van Heleen een tweede vraag: mikten we wel hoog genoeg?

Ik heb Heleen na afloop literatuurtips over de methodiek van poëzie-educatie gegeven. Ook is ze welkom contact op te nemen met verdere vragen. Soms wil je als workshopleider professionals in een ander vakgebied verleiden tot het uitnodigen van een poëziedocent. En soms zit er iemand bij je aan tafel bij wie jouw aanbod zomaar in veilige handen kan zijn. Dan draag je met genoegen materiaal en kennis aan diegene over!

 

 

De regen viel en viel en viel

Het was niet druk op de Verwendag voor Haagse vrijwilligers, afgelopen weekend in het Diamanttheater. De regen viel en viel en viel, en ruim de helft van de aanmelders besloot  toe te geven aan het vallen van die regen en bleef thuis. Maar toen de deelnemers aanschoven bij de workshop Gedichten schrijven scheen de zon met onbekommerde lichtheid.

Op de uitnodiging stond Gedichten schrijven over je vrijwilligerswerk. En aangezien geen van de deelnemers ervaren was daarin gaf de poëziedocent een startvraag: Aan welke tafels neem je eigenlijk plaats. En daarna volgden andere vragen:  Zijn dat altijd dezelfde tafels? Welke tafel & welk moment aan die tafel was bijzonder? Elke deelnemer koos een tafel en de belevenissen rondom die tafel werden uitgangspunt voor een gedicht.

En via die tafels eindigden we de dag wederom met water. Vrijwilliger Hennie die aan de tafel van Huis van Gedichten aanschoof roeit vele dagen per week. Dat doet ze onder meer, als maatje, in gezelschap van iemand die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Het roeien doet diegene goed – in alle opzichten. De beweging, de buitenlucht, het gezelschap, het water. Hennie zegt daarover: Ik ben  trots op haar en mezelf, dat ze heeft leren roeien en er vooral zoveel plezier in heeft. Daarom eindig ik met het  gedicht over de tafel bij de roeivereniging, door Hennie Klein:

Veel kopjes
scootmobiel

harmonie met elkaar
fijne sfeer

voor of na sportief bezig-zijn
gelachen en veel gepraat

geur van koffie

roeien, roeien, roeien

Oneigenlijk gebruik van de bidstoel

In dit stukje ga ik even terug naar mei, naar een workshop in het programma De Beeklaan Bruist. Ondertitel van het festival handelde over veilig en schoon op straat, maar een paar dagen voor de workshop vond de overval en moord op juwelier Ruud Stratmann plaats.

En daar zat de poëziedocent aan tafel in de Regenvalk. Het was vrij leeg. De workshop was bedoeld voor jongeren, maar de aanwezigen die op twee handen te tellen waren waren van alle leeftijden. Iedereen schoof bij elkaar aan dezelfde tafel, schoof aan bij dezelfde activiteit. Eerst met z’n allen gedichten schrijven, daarna samen aan mozaïek werken.

Het was een enigszins bedrukt gezelschap. Praten over wat er gebeurd was wilden mensen niet, maar – het was onmiskenbaar  aanwezig. De saamhorigheid was groot, ondanks enige langlopende ergernis tussen vaste bezoekers. En aan het einde van de middag was er een mapje gedichten geschreven, uitgetypt en geprint. Vanwege de nare omstandigheid werd een presentatie vooruitgeschoven.

En onlangs was het dan zo ver: gedurende een feest in de wijk werd fotografie, mozaïek en poëzie uit mei alsnog aan de wijk getoond, in en rond de Agneskerk. Een oriënterend bezoek aan de kerk moest ideeën opleveren over plekken om de gedichten te plaatsen. Alle muren hingen vol. Maar: daar stonden ze, prachtig strak op een rij, opgeklapte bidstoelen. Steuntjes waar van oudsher knieën rusten en daarboven de onderkant van de zitting die eigenlijk een mooi gevormde houten lijst is – natuurlijk moesten daar de gedichten komen.  Malou Osendarp van Maloudesign maakte het af: open typografie,  heldere vormgeving, en posters die precies in het binnenkader van de bidstoelenlijst passen. De kniesteunen droegen voor één dag kleurige platen met gedichten uit de wijk die regelmatig met aandacht werden gelezen.

Jammer genoeg konden we de gedichten wél plaatsen, maar de expositie niet bijwonen. Wie weet krijgen we nog foto’s uit de wijk – dan kunnen we er daar nog enkelen van tonen. Bij gebrek aan foto’s van de expositie eindig ik met een tweede poëzieposter:

 

Met splinters die je moet verwerken

Deelnemers schreven een gedicht aan de hand van vragen bij foto’s van kunstenaar Margriet Westervaarder.
Ze konden kiezen voor een Straatstilleven of voor een Bloemenstilleven.

Gedichten horen in gevangenissen. Dat wist Jan van Veen al toen Candlelight nog in de lucht was – hij bracht zelfs een een speciale poëziebundel Bajes Candlelight  uit. Voor wie het niet weet: van Veen was van 1964 tot 2003 op de radio te horen met gedichten. Hij was van de romantiek (zijn stem) en van de ontboezemingen (gedichten van luisteraars).

Jaren geleden werd ik in een gevangenis en in een Huis van Bewaring uitgenodigd een poëziecursus te verzorgen, op beide locaties in de bibliotheek. De bibliotheekmedewerkers bleken mensen met hart voor literatuur en voor gedetineerden, en gedetineerden bleken van gedichten te houden. Logisch eigenlijk – poëzie hoort voor veel mensen bij momenten in het leven waarbij de omstandigheden extreem zijn.  In elk geval was ik geroerd door de liefde voor bestaande poëzie, en door de prachtige (liefdes)gedichten die de heren in die bibliotheken wisten te schrijven. Het smaakte naar meer!

Vorig jaar kwam ik in contact met Manja ter Horst. Zij is Landelijk Contactpersoon  Gevangenisbibliotheken.  Met Manja en twee van haar collega’s bespraken we mogelijkheden voor poëziecursussen door Huis van Gedichten. Uiteindelijk rolde er een programma uit waarbij het schrijven van gedichten deel werd van het zogeheten TRA-traject – activiteiten rondom de terugkeer in de samenleving, waarbij het verminderen van recidivekansen belangrijk doel is.

In de Penitentiaire Inrichting Almere mocht ik het lesprogramma uitproberen. Mijn komst werd ondersteund door bibliotheek, afdeling onderwijs en door de geestelijk verzorgers. Het rooster werd gemaakt: ik ging op vrijdagen naar Almere om met twee groepen in drie lessen aan gedichten te werken. En – er was een wachtlijst.

Ik kom hier nog op terug. Voor nu verwijs ik naar het Kunstmagazine pArt – in hun meest recente nummer (6 oktober 2012) besteden ze  aandacht aan onze pilot met het artikel Dichten in detentie geschreven door Sieneke de Rooij. Tot slot eindig ik als preview met een anoniem gedicht dat Sieneke ook in dat artikel citeert:

Hou je van het leven. Leven zonder leven.
Rijk maar zonder geluk. Als een gebroken spiegel.
Hoe ga je het verwerken. Met veel ups en downs.
Haal wat er in zit met warme kleuren.

Hoe ga je het veroveren.
Met splinters die je moet verwerken.