Sorry, Trees, ik héb niets om voor te lezen

“Wil jij nu dan je tekst voorlezen?,” vraag ik terwijl ik opkijk naar de deelnemer aan het andere eind van de tafel. Voor me ligt mijn telefoon; om de tijd in de gaten te houden, en om af en toe een didactische timer in te stellen. Blijkbaar heb ik de home-knop geraakt, en Siri schettert door de ruimte: “Sorry,  Trees, ik héb niets om voor te lezen”, met pauzes van de duur van een komma tussen sorry en Trees, en tussen Trees en ik. Statig.

Afgelopen winter bood de Haagse Kunstenaarsorganisatie Stroom een workshopreeks aan voor kunstenaars die beter wilden leren schrijven. Wegens grote belangstelling plande Stroom twee reeksen: eentje op de dinsdagavond, en eentje op de zaterdagmiddag. Ik was de  docent, en ontmoette twee  groepen hardwerkende mensen. Twee groepen met elk een eigen atmosfeer, en eigen vragen, talenten en blokkades.

Voor mij was het een buitenkansje om met deze groepen kunstenaars mijn vernieuwde aanpak uit te  proberen. Inmiddels zie ik dat poëzie een tussenruimte kan zijn, waarin de relatie met taal kan veranderen. Het grote verhaal daarachter staat in mijn essay Poëzie als Tussenruimte“. De vraag naar de praktische toepasbaarheid & haalbaarheid test ik inmiddels keer op keer – in steeds weer andere groepen; jong en oud,  laaggeletterd of hoog opgeleid.  Ik kom hier zeker op terug.

Als het hart van de tijd

De zeer oude zingt heet het gedicht waar de regel uit de titel in staat. Enkele regels eerder passeert een van  de bekendste regels uit de Nederlandse poëzie. Lucebert is voor veel mensen bekend van vijf woorden: alles van waarde is weerloos. Door die vijf woorden uit context te halen verschuift de betekenis.

Hier staat het complete gedicht, en een foto van de regel op het dak van een verzekeringsmaatschappij. Ik reed er vaak per trein langs in de jaren tachtig. In mijn herinnering staat het er altijd. 1987, zegt de site. Dat betekent dat ik 9 jaar lang niet zag dat dat gedicht er nog niet was. Zoals wanneer er een pand in je straat is opgeknapt, en je daarna denkt: Was die gevelinscriptie daar al altijd? Of is die na die renovatie pas weer tevoorschijn gekomen? 

In december 2015 sprak ik de educatief medewerker van Letterkundig & Kinderboekenmuseum. Of ik een les zou willen ontwerpen bij de muurschilderingen in de Foyer van het Letterkundig Museum. Ja graag!, zei ik – maar dat ik dan eerst op zoek willen naar meer inzicht in het werk van deze man. Zo belandde ik aan de tafel op de foto in de foyer van het Letterkundig Museum. Ik zat naast de 6 panelen grote muurschildering van Lucebert met een aanzienlijk deel van de collectie van het museum over Lucebert voor mij uitgespreid. Daar ontmoette ik een kunstenaar die me meer en meer fascineerde.

De les is klaar, en de liefde voor het oeuvre is wellicht ongeneeslijk geworden. Lucebert zal vaker terug gaan komen hier. Loetsjebért. Zo wilde hij heten. Geen pseudoniem, maar een zelfgekozen naam om het leven mee door te gaan.  Een dichter die werk schreef dat teruggrijpt op een grote literaire traditie én dat nog steeds actueel, uitdagend, (post)modern en relevant is.

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd