De regen viel en viel en viel

Het was niet druk op de Verwendag voor Haagse vrijwilligers, afgelopen weekend in het Diamanttheater. De regen viel en viel en viel, en ruim de helft van de aanmelders besloot  toe te geven aan het vallen van die regen en bleef thuis. Maar toen de deelnemers aanschoven bij de workshop Gedichten schrijven scheen de zon met onbekommerde lichtheid.

Op de uitnodiging stond Gedichten schrijven over je vrijwilligerswerk. En aangezien geen van de deelnemers ervaren was daarin gaf de poëziedocent een startvraag: Aan welke tafels neem je eigenlijk plaats. En daarna volgden andere vragen:  Zijn dat altijd dezelfde tafels? Welke tafel & welk moment aan die tafel was bijzonder? Elke deelnemer koos een tafel en de belevenissen rondom die tafel werden uitgangspunt voor een gedicht.

En via die tafels eindigden we de dag wederom met water. Vrijwilliger Hennie die aan de tafel van Huis van Gedichten aanschoof roeit vele dagen per week. Dat doet ze onder meer, als maatje, in gezelschap van iemand die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Het roeien doet diegene goed – in alle opzichten. De beweging, de buitenlucht, het gezelschap, het water. Hennie zegt daarover: Ik ben  trots op haar en mezelf, dat ze heeft leren roeien en er vooral zoveel plezier in heeft. Daarom eindig ik met het  gedicht over de tafel bij de roeivereniging, door Hennie Klein:

Veel kopjes
scootmobiel

harmonie met elkaar
fijne sfeer

voor of na sportief bezig-zijn
gelachen en veel gepraat

geur van koffie

roeien, roeien, roeien

Oneigenlijk gebruik van de bidstoel

In dit stukje ga ik even terug naar mei, naar een workshop in het programma De Beeklaan Bruist. Ondertitel van het festival handelde over veilig en schoon op straat, maar een paar dagen voor de workshop vond de overval en moord op juwelier Ruud Stratmann plaats.

En daar zat de poëziedocent aan tafel in de Regenvalk. Het was vrij leeg. De workshop was bedoeld voor jongeren, maar de aanwezigen die op twee handen te tellen waren waren van alle leeftijden. Iedereen schoof bij elkaar aan dezelfde tafel, schoof aan bij dezelfde activiteit. Eerst met z’n allen gedichten schrijven, daarna samen aan mozaïek werken.

Het was een enigszins bedrukt gezelschap. Praten over wat er gebeurd was wilden mensen niet, maar – het was onmiskenbaar  aanwezig. De saamhorigheid was groot, ondanks enige langlopende ergernis tussen vaste bezoekers. En aan het einde van de middag was er een mapje gedichten geschreven, uitgetypt en geprint. Vanwege de nare omstandigheid werd een presentatie vooruitgeschoven.

En onlangs was het dan zo ver: gedurende een feest in de wijk werd fotografie, mozaïek en poëzie uit mei alsnog aan de wijk getoond, in en rond de Agneskerk. Een oriënterend bezoek aan de kerk moest ideeën opleveren over plekken om de gedichten te plaatsen. Alle muren hingen vol. Maar: daar stonden ze, prachtig strak op een rij, opgeklapte bidstoelen. Steuntjes waar van oudsher knieën rusten en daarboven de onderkant van de zitting die eigenlijk een mooi gevormde houten lijst is – natuurlijk moesten daar de gedichten komen.  Malou Osendarp van Maloudesign maakte het af: open typografie,  heldere vormgeving, en posters die precies in het binnenkader van de bidstoelenlijst passen. De kniesteunen droegen voor één dag kleurige platen met gedichten uit de wijk die regelmatig met aandacht werden gelezen.

Jammer genoeg konden we de gedichten wél plaatsen, maar de expositie niet bijwonen. Wie weet krijgen we nog foto’s uit de wijk – dan kunnen we er daar nog enkelen van tonen. Bij gebrek aan foto’s van de expositie eindig ik met een tweede poëzieposter:

 

Met splinters die je moet verwerken

Deelnemers schreven een gedicht aan de hand van vragen bij foto’s van kunstenaar Margriet Westervaarder.
Ze konden kiezen voor een Straatstilleven of voor een Bloemenstilleven.

Gedichten horen in gevangenissen. Dat wist Jan van Veen al toen Candlelight nog in de lucht was – hij bracht zelfs een een speciale poëziebundel Bajes Candlelight  uit. Voor wie het niet weet: van Veen was van 1964 tot 2003 op de radio te horen met gedichten. Hij was van de romantiek (zijn stem) en van de ontboezemingen (gedichten van luisteraars).

Jaren geleden werd ik in een gevangenis en in een Huis van Bewaring uitgenodigd een poëziecursus te verzorgen, op beide locaties in de bibliotheek. De bibliotheekmedewerkers bleken mensen met hart voor literatuur en voor gedetineerden, en gedetineerden bleken van gedichten te houden. Logisch eigenlijk – poëzie hoort voor veel mensen bij momenten in het leven waarbij de omstandigheden extreem zijn.  In elk geval was ik geroerd door de liefde voor bestaande poëzie, en door de prachtige (liefdes)gedichten die de heren in die bibliotheken wisten te schrijven. Het smaakte naar meer!

Vorig jaar kwam ik in contact met Manja ter Horst. Zij is Landelijk Contactpersoon  Gevangenisbibliotheken.  Met Manja en twee van haar collega’s bespraken we mogelijkheden voor poëziecursussen door Huis van Gedichten. Uiteindelijk rolde er een programma uit waarbij het schrijven van gedichten deel werd van het zogeheten TRA-traject – activiteiten rondom de terugkeer in de samenleving, waarbij het verminderen van recidivekansen belangrijk doel is.

In de Penitentiaire Inrichting Almere mocht ik het lesprogramma uitproberen. Mijn komst werd ondersteund door bibliotheek, afdeling onderwijs en door de geestelijk verzorgers. Het rooster werd gemaakt: ik ging op vrijdagen naar Almere om met twee groepen in drie lessen aan gedichten te werken. En – er was een wachtlijst.

Ik kom hier nog op terug. Voor nu verwijs ik naar het Kunstmagazine pArt – in hun meest recente nummer (6 oktober 2012) besteden ze  aandacht aan onze pilot met het artikel Dichten in detentie geschreven door Sieneke de Rooij. Tot slot eindig ik als preview met een anoniem gedicht dat Sieneke ook in dat artikel citeert:

Hou je van het leven. Leven zonder leven.
Rijk maar zonder geluk. Als een gebroken spiegel.
Hoe ga je het verwerken. Met veel ups en downs.
Haal wat er in zit met warme kleuren.

Hoe ga je het veroveren.
Met splinters die je moet verwerken.

Telkens als je opnieuw keek

Het is alweer een jaar geleden dat ik met leerlingen van twee scholen de muurschildering van Hussem in Theater Dakota bezocht, en deze week ben ik op twee verschillende manieren weer aan het werk met de resultaten van dit project.

Gaan we eerst een jaar terug in de tijd. Er werd  druk gewerkt in en aan het gebouw Zuid 57, we liepen tussen verf en gemorste stuc door. Zelfs de muurschildering was nog niet geheel gerestaureerd. De eerste klassen waarmee we Dakota bezochten kwamen van het Haags Vakcollege. Staande bij de de muurschildering las ik gedichten van Hussum hardop. Enorme abstracte beelden trokken de aandacht van leerlingen. Ze ontdekten overeenkomsten tussen gedichten en beelden. Eén jongen suggereerde dat Hussum misschien schreef wat hij niet kon schilderen, en schilderde wat hij niet wou schrijven. Met elkaar pratend en kijkend noteerden ze waarnemingen, gedachten en emoties, en met de trap als podium lazen ze daarna voor elkaar schetsgedichten hardop.

Twee dagen later, terug op school gingen ze verder met schrijven. Ze voelden zich niet zo op hun gemak met taal, deze leerlingen. Wat ik van ze vroeg was moeilijk voor hen. Maar – de impulsen van muurschildering en gedichten deden hun werk. De schijnbare eenvoud van de poëzie van Hussem werkte drempelverlagend.  Leerlingen werkten stevig door, en er ontstonden mooie resultaten.

Uit vier klassen van twee scholen kozen we uiteindelijk 20 gedichten om in de stijl van Hussem tot poëzieposters te verwerken. Deze posters vormen een expositie, die startte in Zuid 57, bij Dakota en Koorenhuis. Ze hingen op school, in Hagaziekenhuis Leyenburg en  op het Wijkenfestival Nationale Gedichtendag.

En dan nu terug naar september 2012: morgen komt een vertegenwoordiger van ziekenhuis Leyenburg/Hagaziekenhuizen onze stapel poëzieposters ophalen om ze voor de tweede keer in het ziekenhuis op te hangen. En ook deze week vroeg de nieuw aangestelde coördinator van de tweede deelnemende school – de Lesplaats van Scholengemeenschap Zuid West – om alle materiaal uit de lessen.

De posters krijgen keer op keer een nieuw leven. Nu dus weer op school, en op de gangen in ziekenhuis Leyenburg. Lof voor Malou Osendarp die het werk van de leerlingen typografisch vormgaf, en zo zorgde voor een lang bestaan van dit mooie werk. en vooral ook lof voor de leerlingen die prachtig gewerkt hebben. Hun gedichten verdienen het duurzame foam dat het reizen van de expositie mogelijk maakt. Gemaakt als onderdeel van het Hussemfestival in Dakota, en nog steeds springlevend!

Rood als het bloed van een operatiehandschoen

Ik mag mee naar Nina Dak. De subsidiegever van de poëzielessen komt, activiteitenbegeleider Daniella die alles zo mooi plande komt, Anne Büdgen verzorgt twee lessen, en ik schuif aan op de bank aan de zijkant in een groep met kinderen van 4 tot 7 jaar. Anne gebruikt een prentenboek over een jongen & een boom – ze groeien samen op. De jongen verstopt zich in de boom, snijdt een hartje in zijn bast, en snijdt later nog een hartje in de bast. Dan wordt de jongen een man. Ik hoor prachtige woorden, zinnen, gedachten. Die kleintjes maken precieze afwegingen die ze in rake bewoordingen uitspreken. Er ontstaat mooie taal!

Later verhuis ik naar de groep met kinderen vanaf 7 jaar. Hier hoor ik protest. Liever waren de kinderen buiten met het mooie weer . Nu moeten ze schrijven, hebben daar écht geen zin in! Anne past zich aan, maakt de les speels en toegankelijk. Ze verleidt de kinderen mooie woorden te bedenken en te schrijven. Elk kind heeft in een handomdraai een gedicht staan, leest dat voor, en maakt een beeld bij het eigen gedicht.  De Ferrari zo rood als het bloed op de operatiehandschoenen staat niet alleen: er is mooi gewerkt.  Zoals bijvoorbeeld door Jonathan. Hij schrijft:

Weet je

Je ogen zijn als chocolade
Zonnevlekken zijn reusachtige moedervlekken van de zon
De dodelijke gifpijlkikker is als een gele maan
hij heeft genoeg gif om tien volwassen mensen te doden

De lucht kan soms blauw zijn als inkt


 

 

 

Het Behouden Huys

De Maand van de Geschiedenis editie 2012 gaat over Arm & Rijk.  Wij belden de organisatie, en vertelden over gedichten schrijven. Over workshops waarin deelnemers gedichten schrijven over recente ervaringen en vroege herinneringen. Over dat mensen met die gedichten meewerken aan het bewaren en overdragen van kleine én grote verhalen – van ervaringen van alledag tot getuigenissen over de wereldgeschiedenis.

Deze workshopdichters treden in eerbiedwaardige voersporen. De dichter Hendrik Tollens schreef in de 18e eeuw over het avontuur Nova Zembla dat meer dan tweehonderd jaar daarvoor had plaatsgevonden.  Het gedicht De overwintering der Hollanders op Nova Zembla is zijn beroemdste werk. Mijn favoriet over die episode in de geschiedenis is het overigens niet. Dat is het Dagboek van Gerrit de Veer, een van de opvarenden, voor het eerst gepubliceerd in 1598. Het boek was een bestseller, toentertijd. En in de editie uit 1996 is het nog steeds een fijn boek. Geschiedenisbeleving voor onder de huid.

Ook fijn: de cd Gaaphonger, van de Zaanse groep de Kift. Die kwam uit in 1996, vierhonderd jaar na terugkeer van de gestrande bemanning. Luister naar de manier waarop De Kift de ervaring van toen dicht bij de beleving van nu proberen te halen. Ze zoeken de overwinteraars op. De gezongen en gesproken teksten kruipen onder je huid.

Dat kan ook gebeuren bij het schrijven van gedichten naar aanleiding van persoonlijke herinneringen. Het levensverhaal noteren is in trek – Opa vertel eens, Mam, vertel ‘s, Pap – het belang van die persoonlijk beleefde kleine geschiedenis is momenteel groot. En daarin neemt het schrijven van gedichten een bijzondere plek in. Associatieve routes naar een gedicht zijn goed voor een omweg naar kippevelteksten. Dat is zichtbaar in het tienminuten-filmpje Uit de eerste hand. In het filmpje klinken meerdere gedichten, en ontstaat er inzicht in het maakproces. Over de Maand van de Geschiedenis later meer.

 

Jonge woorden op hoge leeftijd weer jong

Mevrouw van Beusekom schrijft zeer geconcentreerd aan een vers gedicht bij haar bezoek aan een poëziefeestje – dat is te zien op bovenstaande facebookpagina.

Veel ouderen doen dat in ons project Uit de eerste hand, vol aandacht aan nieuwe gedichten werken.  We trekken door de stad: langs verzorgingscentra, wijk- en dienstencentra, verpleeghuizen en dagopvangcentra.  Ouderen weten herinneringen om te zetten naar gedichten. Gedichten die het vervolgens mogelijk maken om de beleving die in het hart van die herinnering staat te delen, uit te wisselen, te bewaren.

Later meer over de gedichten die voortkomen uit die workshops en cursussen.  Maar, nadat  hiervoor veel materiaal van kinderen passeerde, vandaag wil ik even het spectrum verbreden. Wil ik vooral ook vertellen hoe het komt dat binnen Huis van Gedichten zich bij kinderen en ouderen een cirkel sluit.

Wij starten met poëzie-educatie bij 2-jarigen. Dat doen we met de Jas van Taal. We brengen kleintjes in aanraking met mooie woorden. Kinderen leren dagelijks méér taal gebruiken, en kennelijk is juist die vroege periode voor de taalbeleving van groot belang. Kennelijk: in onze workshops met ouderen grijpen deelnemers vaak terug op gedichten, liedjes, versjes die ze op zeer jonge leeftijd hebben geleerd. En als wij dan enkele ontbrekende woorden of strofes via google terugvinden is de blijdschap groot.

Veel sterker is dat effect als ouderen mentaal aangetast raken. Ik herinner me dat mijn moeder blij werd van het zingen van oude kinderliedjes toen ik haar verder op geen enkel andere manier meer kon bereiken. Dat is waardevol! En – een extra motivatie om juist hele jonge kinderen niet over te slaan bij poëzie-educatie.

Tot slot verwijs ik nog even naar het gedicht op de foto.

 

De poes met het rode oog

Een stuk of zes kinderen van 4 en 5 jaar oud van Said Dak (Dakkindercentrum aan de Vermeerstraat 66A) maakten een groepsgedicht. Docent Krijn Peter noteerde het gedicht, en Arda (5 jaar) zorgde voor de bijbehorende tekening.  Het gedicht heet:

De poes met het rode oog

Er is een poes en die heet Aksum
Hij is heel verdrietig
Hij is namelijk tegen de muur aangelopen
Nu is zijn oog helemaal rood
Het doet verschrikkelijk pijn
Dus hij jammert luidkeels:
Mi-au!’
Gelukkig hoort een vogeltje hem
en fluit voor hem een lied
Dat vrolijkt Aksum de poes weer wat op
Maar zijn oog doet nog altijd zeer
Dus vliegt het vogeltje voor hem naar de dierendokter
Die komt snel aangereden in de dierenambulance
en plakt een mooie pleister op zijn oog
Dan is Aksum de poes weer blij

 

In alle winkels water

Afgelopen voorjaar ontwierpen we een aantal lessen op verzoek van de Haagse stichting Kosmopolis. Die lessen waren voor Het Haags Kinderkabinet, een programma voor kinderen binnen school rondom de Turkse Dag voor de kinderen. Wat zouden kinderen veranderen, anders doen, als zij de baas waren – dat was de kernvraag.

Huis van Gedichten zorgde in Het Kinderkabinet voor de poëzie, maar kinderen maakt ook strips, raps, filmden, kortom Kosmopolis ontwikkelde een mooi en veelzijdige programma.  Reden om dit programma hier nu nog te noemen: exposities met kinderwerk toeren deze zomer door de stad. Ik kan alleen maar aanraden: ga kijken. Het programma dat zelfs doorloopt tot in oktober staat op de website van het Haags Kinderkabinet

En tot slot nog een gedicht. Jamie schrijft:

In alle winkels water
40 graden geen school in de buurt
en op de plaats van de school
vind ik duizenden euro’s.
Allemaal geld daar droom ik van.

De aquariums lichtblauw
paarse en roze vissen
dat zijn cadeautjes voor mij
dan ben ik blij.

Maar vraag er niet teveel over
want anders ga ik blozen.