Ik zie een feestje ontstaan

Vrijdag 11 maart ga ik met de bewoners van de Turkse woongroep in het CoornhertCentrum op bezoek in het Turks Museum aan de Scheveningseweg in Den Haag. Het uitje is georganiseerd vanwege NLDoet, en ik ga mee om op die dag kennis te maken. Zo is het ook meteen de kleine start van het Schrijfatelier dat binnen Florence op deze afdeling zal starten.

Eerder die week heb ik het museum bezocht. Ik heb zeer uitgebreid rondgekeken, en vele toelichtingen mogen horen. Resultaat: ik kan tijdens het groepsbezoek mijn aandacht volledig aan de bewoners wijden. Ik heb de gelegenheid hen te observeren terwijl ze luisteren en kijken, over ervaringen en herinneringen uitwisselen, thee drinken, gedichten lezen, zingen, en klappen. Ik zie een feestje ontstaan, en wordt met groot gemak in het gezelschap geaccepteerd. Ik beslis dat het nodig is Turks te gaan leren, om dit project werkelijk goed op te kunnen zetten, te ontwikkelen, uit te voeren en over te dragen. Onderweg van het museum naar het Coornherthuis start ik op mijn telefoon de cursus Turks op de app Duolingo op.

Ik schuif aan tafel bij een lunch die nogmaals duidelijk maakt hoe feestelijk dit project zich zal kunnen ontwikkelen: bovenop de dagelijkse lunch is er uitgebreid gekookt door familie en vrijwilligers. Langzaamaan herneemt de dag het gewone ritme. Dat ritme wat ik de komende maanden steeds beter zal leren kennen. Daar zal ik mij in voegen, en dáár zal ik een nieuw structureel element aan toevoegen: poëzie. Dat dit aanbod welkom is, dat heb ik deze dag op een mooie manier ervaren. Het Gedichtenatelier is gestart!

Want de aarde draait om de zon

Onecht is dat we allemaal zien dat de zon dag na dag ondergaat, terwijl we weten dat dat niet waar is, want de aarde draait om de zon, zegt een leerlinge van Lyceum Ypenburg afgelopen vrijdag in het eerste uur van de de tweede poëzielesdag. Het gesprek gaat over het thema van festival Writers Unlimited dat op donderdag 16 januari zal losbranden: Like me, Like me. En –  deze generatie die opgroeide met sociale media weet dat die zaken belangrijk én regelmatig onverenigbaar zijn; hetzelfde zijn, geliefd zijn, uniek zijn.

Elk najaar na de herfstvakantie starten we de voorbereidingen voor Who’s Afraid of Youth – het poëzieproject dat we samen met stichting De Winternacht in 2014 voor de 10e keer maken. Dit jaar doen er weer een kleine 150 leerlingen mee:  van Daltoncollege Voorburg, Lyceum Ypenburg, en van twee scholen van Johan de Witt. Ze krijgen allemaal minimaal 10 uur les. In die lessen passeren er verschillende benaderingen van het jaarlijkse thema,  zijn er vele verschillende impulsen die leren over poëzie, en  maken de leerlingen stapels schetsteksten. Er komt een dichter op bezoek in de klas, ze kijken naar een film over poëzie, en sommigen vertalen een gedicht uit de eigen taal.

Over de opbouw van die lessen zegt Anne Büdgen, dichter en docent van Huis van Gedichten: Ik vind het zo mooi al die lagen te ondersteunen en uiteindelijk bij elkaar te brengen..! In dit project vind ik dat minstens zo spannend en inspirerend als zelf een gedicht schrijven dus ik ben het weekend in gezweefd!

Nieuwsgierig waar dat alles toe leidt?
Vrijdagavond 17 januari staan er leerlingen uit 3 klassen Johan de Witt op het podium in het Spuitheater, en zaterdagavond leerlingen van Lyceum Ypenburg en Dalton Voorburg. Who’s Afraid of Youth, even na achten, in de foyer als opener van het Friday Night Wintercafé, en van het Saterday Night Wintercafé. Wie schuift er aan?

Een barbiepop als wapen

Gisteren ontving ik via Linkedin een verzoek tot contact verstuurd door een jonge vrouw. Haar naam kwam me bekend voor, maar ik wist niet waarvan. Het profielfotootje hielp niet meteen. Mijn hoofd wierp zich onmiddellijk & ongevraagd op de taak te achterhalen waarom de combinatie van voor- en achternaam bekend klonk.

Halverwege een televisieserie sprong ik op & greep een boek uit de boekenkast: Een barbiepop als wapen – gedichten bij dodenherdenking, geschreven door leerlingen van de Johan de Witt Scholengroep. Ik bladerde snel, en ja hoor – daar stond haar naam. Een voormalige leerling van Johan de Witt. Ze was deel van het jaarlijkse poëzieproject van Johan de Witt en Huis van Gedichten rondom Dodenherdenking.

Eens per jaar kiest Johan de Witt een groepje leerlingen uit voor een intensief lestraject dat start eind april en doorloopt tot in de meivakantie. Ze krijgen in totaal 12 uur poëzieles waarin ze toewerken naar één slotgedicht & een presentatie. Thema: Dodenherdenking.  Uiteindelijk lezen ze bij de dodenherdenking van het parlement hun gedichten.
Bijna niemand slaat deze uitnodiging af. Het begint met de eer natuurlijk, maar ik denk ook wel dat het project binnen de school een status heeft.  Als de leerlingen van Johan de Witt wisten hoe geweldig dit was wilden ze allemaal wel meedoen, zei een leerling jaren geleden toen we na de voordracht door het gebouw van de Tweede Kamer naar de kantine werden begeleid.

De jonge vrouw van gisteren is niet de eerste uit dit project die later weer contact zocht: in een groepje van (gemiddeld) zes leerlingen intensief en buiten school aan een dergelijke presentatie werken is bijzonder voor iedereen. Ik herinner me de jaargangen stuk voor stuk. Als ik door Een barbiepop als wapen blader zie ik de gezichten en hoor ik hun stemmen. En sommigen ontmoet ik weer – online of in de stad.

Binnenkort is de poëziebundel die uit dit project ontstond online beschikbaar. Misschien dat ik voor die tijd nog wel méér vertel over dit project: tenslotte gaan we al haast weer beginnen. Maar vandaag eindig ik met een filmpje, én met een foto van de pagina met het gedicht van de jonge vrouw die me gisteren dat berichtje stuurde. Zij schreef het titelgedicht – zonder titel.

 

 

Debuteren in Diamant

Het was de eerste keer dat Huis van Gedichten een poëzieprogramma aanbood op Gedichtendag. We werkten samen met Diamant Theater, Diamant College en Resto van Harte aan een Poëziediner in Mariahoeve. Mariahoeve Binnen Mariahoeve Buiten noemden we onze activiteiten daar in de wijk. Het was Gedichtendag 2012, donderdag 26 januari en we presenteerden de ansichtkaarten Uit de eerste hand – Gedichten van ouderen over herinneringen aan hun leven tot nu toe.  En onder meer mevrouw Reinhardt ging het podium op, misschien wel voor het eerst van haar leven.
Ze las het volgende gedicht:

Gedicht Mevrouw ReinhardtDit jaar is er opnieuw poëzie in het Diamant Theater. Huis van Gedichten & Diamant Theater planden dit keer twee presentaties – in de middag met kinderen (maar wel voor iedereen!), en in de avond met deelnemers aan Who’s Afraid of Youth (scholieren in festival Writers Unlimited) en deelnemers uit MBMB 02, ons grote poëzieproject in Mariahoeve eind 2012. Ook dit jaar zijn er debutanten bij. Meer informatie vindt u op onze Facebookpagina en in onze Nieuwsbrief.   Misschien tot op Gedichtendag!

 

 

 

Confetti op de rode loper

Dat de lettertjes zo klein zijn is wel grappig, maar maakt het manoeuvreren niet eenvoudig. Dat ze naar suiker ruiken stuurde mijn associaties. Uiteindelijk bepaalde dat de context die mijn letters kregen: een bakplaat met een grote sinaasappel in de hoek, zoet en fel van kleur. Ik ploeterde aan mijn confettigedicht.

Die sinaasappel op de bakplaat kwam mee van de dag daarvoor: ik luisterde naar De zon en de Wereld – een gedicht op cd van Arjen Duinker, ooit bekroond met de VSB-poëzieprijs. Daarin staat onder meer de regel Sinaasappels zijn krankzinnig – en heel veel andere mooie en repeterende en veranderende regels. Het is een gedicht voor twee stemmen, uitgevoerd door Arjen Duinker en Kees ’t Hart. Het is een gedicht waar ik al werkende naar kan luisteren, en dat daarna door mijn hoofd zingt, dagenlang. Een gedicht dat mij stuurde in het ritme en het beeld dat in mijn confettigedicht ontstond.

Die beïnvloeding door klanken en door beelden gaat aanstaande donderdag ook ontstaan – hopen wij van Huis van Gedichten. Samen met het Diamant Theater hebben we een mooi programma voor Gedichtendag. Met gesproken gedichten, gezongen gedichten en verbeelde (confetti)gedichten die leiden tot nieuwe confettipoëzie en andere gedichten. Lachen, spelen, woorden die over elkaar heenrollen – met elkaar plezier beleven aan taal.
Zoals bijvoorbeeld in dit gedicht van Dóra Benyó:

Confettigedicht van Dóra Benyó
Confettigedicht van Dóra Benyó

Who’s Afraid of Youth

Ongevraagd komt de poëziedocent langs. Drie dagen lang zijn leerlingen met gedichten bezig – lezen, schrijven, luisteren, feedback geven en ontvangen, herschrijven.  Het idee van die drie dagen lijkt leerlingen welhaast voldoende om in slaap te vallen. Maar – met alle activiteiten die rondom die drie dagen plaatsvinden zijn ze voor het hele jaar van het van CKV af, en drie hele dagen niet op school. Dus – vooruit, het is niet anders.
Iedereen doet mee, en na een paar uur doen leerlingen hun best. Het wordt een beetje leuk. In plaats van een klas die les moet volgen ontstaan er individuen die hun best doen.  Leerlingen krijgen namen – Renske, Tim, Arjen, Kinza. En dan worden er gedichten gekozen. Zes leerlingen gaan na schooltijd een presentatieworkshop volgen.

Jij bent één van die zes, terwijl je helemaal niet wilt voorlezen. Daarna ga je in een theater het podium op vertellen ze je. Je wilt dat helemaal niet! Toch ga je naar de presentatieworkshop, je doet het – het is deel van je les. En misschien kun je niet precies navertellen wanneer, maar ergens is er een moment dat het leuk wordt.  Je doet het.  En daar sta je, met je gedicht, voor de zaal. Je leest, je krijgt applaus.  En je leest nog een gedicht, omdat dichter Rodaan Al Galidi je dat vraagt. Who’s Afraid of Youth heet het programma waarin je staat. Je bent een van de zes jongeren: Renske, Pykel, Wim, Arjen, Kinza en Tim. Je staat, je leest, je krijgt applaus.

Petje af voor deze zes. Ze waren geweldig, vrijdagavond.  En vanavond gebeurt het weer. Dit keer komen er twee klassen Johan de Witt (een schakellas en een reguliere klas), en een klas Dalton Voorburg. Kom even langs, om 20.00 uur Filmhuis zaal één, of sluip ietsje later binnen, als je wilt horen wat jongeren te vertellen hebben.  Of ben je bang voor jeugd?

En daarna dacht ik niet meer zoveel

Zondagochtend 9 december 08:49 uur, 13 minuten na zonsopgang

Vanochtend om 7 uur dacht ik: potdorie wie bedenkt dit!
Daarna dacht ik – waarom bedacht ik dit toch. En daarna dacht ik niet meer zoveel, totdat ik door die mooie stroken rafelwildernis bij Mariahoeve liep en al snel geen last meer had van die druppels die af en toe vielen. Niet zo hard lopen! riep natuurgids Geert me na. En we bleven staan, en bespraken met elkaar de molen, de polder toen en nu, de ontwikkeling van het landschap. De rust zorgde er voor dat we steeds beter gingen kijken.

We waren Geert van Poelgeest van het Haags Milieucentrum, schrijver/poëziedocent Ineke Riem en ik. Voor mij was er geen reden om mee te gaan anders dan dat ik dat graag wilde. Helaas lieten andere gegadigden het afweten. Opstaan op winterochtenden kan zo lastig zijn, en er was beroerd weer voorspeld.

Dat de rafelranden van de stad verband houden met de natuur kwam onder meer ter sprake naar aanleiding van een bijenonderzoek – bijzondere wilde bijen die waargenomen  zijn in een tuin langs het spoor. Maar ook passeerde datzelfde in een gedicht van Ida Gerhardt Lof van het onkruid,  en werd het zichtbaar in de tuinen – die tussen de twee spoorlijnen – die afgebroken worden. En wie weet –  misschien komt dat ook wel weer terug in de een gedicht van Ineke naar aanleiding van deze wandeling.

Ik wil even de prachtige kastanjeboom noemen die we op de Carel Reinierszkade zagen: een wilde kastanje die zichtbaar op een andere onderstam geënt is, ooit lang geleden. Alsof hij een rokje draagt, zo toont de donkerdere onderstam zich!
En dan eindig ik dit keer met een vraag: wie herkent onderstaande boom?

 

 

Gedichten schrijven bij zonsopgang

Hoe veel plezier ik ook beleef aan het schrijven van dit blog, het vorige bericht is al van meer dan een maand geleden. Ik had meer te vertellen dan kon in de tijd die ik tot mijn beschikking had, en daardoor vertelde ik niets.

Ik wilde schrijven over de volle dag poëzieles op het Haags Montesori Lyceum, over de geweldige sfeer daar, de gedichten-in-wording, en over een bijzonder gesprek met een leerling uit 4 vwo. In mijn hoofd was het verhaal bijna klaar, ik hoefde alleen nog een passend gedicht uit te zoeken.

Ik wilde schrijven over de activiteit met drie Haagse Kerken, het Kersthuis. Schrijven over de betekenis en de waarde van kerst en het vieren daarvan.  Zes keer achter elkaar zat ik met een nieuwe groep om tafel, en verrasten we ons allen met elkaar. Agnost die ik ben geloof ik zomaar dat mijn beleving van Kerstmis veranderd is door het avontuur dat ik met deze mensen méé ben ingegaan.

Maar in de weg zat MBMB 02: Mariahoeve Binnen Mariahoeve Buiten Tweede editie.
In MBMB nodigt Huis van Gedichten wijkbewoners uit te schrijven over hun leefomgeving. Onze laatste nieuwsbrief gaat over dit project, en hier op deze plek kom ik er binnenkort op terug. Nu wil ik even aandacht besteden aan twee dingen:

1. Donderdagochtend 29 november is onze eerste (gratis) zonsopgangwandeling, samen met het Haags Milieucentrum – een gegidste wandeling door de parknatuur van en rond Mariahoeve, met natuurgids en poëziedocent. Leuk, als u meegaat!
Startpunt en precieze tijdstip hoort u na aanmelding (op 070-737002 of bij info@huisvangedichten.nl), we eindigen in Bibliotheek Haagse Hout met koffie en warmte. Misschien heeft u daar nog zin om van notities een gedicht te maken.

2. Het gedicht de dieren zijn gelukkig van Gilles Boeuf, in 2011 geschreven op ons verzoek, is te lezen helemaal aan het einde van dit bericht. Woensdag 28 november wordt er bij ons drukwerk afgeleverd, met ook andere gedichten van Gilles, en informatie over MBMB 02. Daarna gaat MBM 02 op volle toeren draaien.

De dieren zijn gelukkig

 voor de honden, vogels, konijnen en schapen van Mariahoeve

Lager dan hen in onze vierkante huizen,
zijn wij van de wereld
die zij doorschrijden,
te gast bij de vogels

Terwijl de konijnen de straten
beter kennen dan wij,
in hoekige bochten beminnen
zij alle struiken

Koninkrijk Marlot
is intiem met iedere hond
Rennen zij steeds hun einde in
terwijl ze schuin naar ons kijken

We bewonen waar zij leven
de brede straten en vele bomen
markeren ons lopen
statig als de ooievaars

maar de schapen kijken ons zachtmoedig
aan

 

 

 

Over als het glad is of er ligt sneeuw

Het was al weer een tijdje geleden dat ik bericht uit Ottawa ontving. Of eigenlijk niet uit Ottawa, maar van een eindje noordelijker. Louise schreef dat Ottawa moeilijker bereikbaar wordt, de komende tijd. Ze schrijft over winter en over als het glad is of er ligt sneeuw, en over autorijden. Ze wil onze Jas van Taal naar Ottawa halen, naar het Ottawa Inuit Childrens Centre.

Louise komt uit Scheveningen, is in Canada betrokken ( zij zou zeggen involved) bij inspanningen om de Inuit-cultuur te behouden door die over te dragen aan nieuwe generaties. Bijvoorbeeld aan haar jongste kleinkind van net twee maanden oud. Toen ze  eerder dit jaar naar Canada terugging vertelde ze spijtig dat geen van haar kleinkinderen meer in de leeftijd viel om nog naar het kindercentrum te mogen gaan. Dat is dus opgelost.

Het Ottawa Inuit Childrens Centre biedt kinderen een uitgebreid tweetalig programma. Ik zag foto’s van hoe de Engelse taal en het Inuktitut hand in hand gaan. Dat onze Jas van Taal daar een mooie plek zou kunnen innemen snap ik. Kinderen uitdagen om niet één maar twee talen op een speelse manier tot zich te nemen – dat is een prachtig werkdoel.

Wikepedia zegt dat er zo’n 30.000 Inuktitut-sprekers zijn. Louise is er daar één van, en kennelijk is ze van deze taal gaan houden. Liefde voor taal kruipt als bloed, en taal gaat hand in hand met andere aspecten van een (al dan niet heersende) cultuur.  Daarover gaat het Ottawa Childrens Centre, en daarover gaat onze Jas van Taal. Binnenkort meer over de Jas. En vandaag geen gedicht, maar een beeld van een festival. Met kinderen & met de Jas:

 

 

De professional die leert over poëzie leren

Is wat wij doen dan wel goed genoeg? Deze vraag stelde een gevangenisbibliothecaris, ik noem haar maar even Heleen, in de workshop voor gevangenismedewerkers uit het hele land, in CODA, Apeldoorn. Na enig aarzelen antwoordde ik – Nee. Na een kleine pauze gevolgd door – En, ja, natuurlijk wel!

Na succesvolle poëziecursussen in PI Almere was het de beurt aan bibliothecarissen om te ondergaan wat gedetineerden eerder in de cursus ervoeren. Na een razendsnelle schrijfopdracht volgde het verhaal achter doelen en lessen, was er ruimte voor het uitwisselen van ervaringen met andere poëzieprojecten in gevangenisbibliotheken, en spraken we met elkaar over de zin van poëzie achter de muren. We hoorden over de slimme roostering in een PI die het mogelijk maakte enkele medewerkers flink wat uren in staat te stellen poëzielessen te verzorgen. Iedereen werkte tijdelijk een tandje harder om het project mogelijk te maken. Alsof dat niet goed genoeg zou zijn!

Aanleiding van die kwaliteitsvraag was de methodische ondergrond van de schrijfopdracht waaraan de bibliothecarissen werkten. Heleen vroeg waarom ik die opdracht als openingsopdracht in de gedetineerdencursus gebruikte, en of kwetsbare mensen er emotioneel niet op konden uitglijden.  Ik lichtte elk element toe – de keuze voor straat- en bloemenstillevens van kunstenaar Margriet Westervaarder, de opbouw van vragen, de rol die het zevenjarige kind heeft, en waarom ik eindig met de vraag naar een nieuw element. Achter elke schijnbaar lichte stap ontdekte Heleen onderdelen van een stevig fundament – doelbewust werken en faseren met associatieve en creatieve processen. Vanuit dat perspectief zei ik mijn eerste aarzelende Nee. Ik hoorde achter de vraag van Heleen een tweede vraag: mikten we wel hoog genoeg?

Ik heb Heleen na afloop literatuurtips over de methodiek van poëzie-educatie gegeven. Ook is ze welkom contact op te nemen met verdere vragen. Soms wil je als workshopleider professionals in een ander vakgebied verleiden tot het uitnodigen van een poëziedocent. En soms zit er iemand bij je aan tafel bij wie jouw aanbod zomaar in veilige handen kan zijn. Dan draag je met genoegen materiaal en kennis aan diegene over!