Het Behouden Huys

De Maand van de Geschiedenis editie 2012 gaat over Arm & Rijk.  Wij belden de organisatie, en vertelden over gedichten schrijven. Over workshops waarin deelnemers gedichten schrijven over recente ervaringen en vroege herinneringen. Over dat mensen met die gedichten meewerken aan het bewaren en overdragen van kleine én grote verhalen – van ervaringen van alledag tot getuigenissen over de wereldgeschiedenis.

Deze workshopdichters treden in eerbiedwaardige voersporen. De dichter Hendrik Tollens schreef in de 18e eeuw over het avontuur Nova Zembla dat meer dan tweehonderd jaar daarvoor had plaatsgevonden.  Het gedicht De overwintering der Hollanders op Nova Zembla is zijn beroemdste werk. Mijn favoriet over die episode in de geschiedenis is het overigens niet. Dat is het Dagboek van Gerrit de Veer, een van de opvarenden, voor het eerst gepubliceerd in 1598. Het boek was een bestseller, toentertijd. En in de editie uit 1996 is het nog steeds een fijn boek. Geschiedenisbeleving voor onder de huid.

Ook fijn: de cd Gaaphonger, van de Zaanse groep de Kift. Die kwam uit in 1996, vierhonderd jaar na terugkeer van de gestrande bemanning. Luister naar de manier waarop De Kift de ervaring van toen dicht bij de beleving van nu proberen te halen. Ze zoeken de overwinteraars op. De gezongen en gesproken teksten kruipen onder je huid.

Dat kan ook gebeuren bij het schrijven van gedichten naar aanleiding van persoonlijke herinneringen. Het levensverhaal noteren is in trek – Opa vertel eens, Mam, vertel ‘s, Pap – het belang van die persoonlijk beleefde kleine geschiedenis is momenteel groot. En daarin neemt het schrijven van gedichten een bijzondere plek in. Associatieve routes naar een gedicht zijn goed voor een omweg naar kippevelteksten. Dat is zichtbaar in het tienminuten-filmpje Uit de eerste hand. In het filmpje klinken meerdere gedichten, en ontstaat er inzicht in het maakproces. Over de Maand van de Geschiedenis later meer.

 

Jonge woorden op hoge leeftijd weer jong

Mevrouw van Beusekom schrijft zeer geconcentreerd aan een vers gedicht bij haar bezoek aan een poëziefeestje – dat is te zien op bovenstaande facebookpagina.

Veel ouderen doen dat in ons project Uit de eerste hand, vol aandacht aan nieuwe gedichten werken.  We trekken door de stad: langs verzorgingscentra, wijk- en dienstencentra, verpleeghuizen en dagopvangcentra.  Ouderen weten herinneringen om te zetten naar gedichten. Gedichten die het vervolgens mogelijk maken om de beleving die in het hart van die herinnering staat te delen, uit te wisselen, te bewaren.

Later meer over de gedichten die voortkomen uit die workshops en cursussen.  Maar, nadat  hiervoor veel materiaal van kinderen passeerde, vandaag wil ik even het spectrum verbreden. Wil ik vooral ook vertellen hoe het komt dat binnen Huis van Gedichten zich bij kinderen en ouderen een cirkel sluit.

Wij starten met poëzie-educatie bij 2-jarigen. Dat doen we met de Jas van Taal. We brengen kleintjes in aanraking met mooie woorden. Kinderen leren dagelijks méér taal gebruiken, en kennelijk is juist die vroege periode voor de taalbeleving van groot belang. Kennelijk: in onze workshops met ouderen grijpen deelnemers vaak terug op gedichten, liedjes, versjes die ze op zeer jonge leeftijd hebben geleerd. En als wij dan enkele ontbrekende woorden of strofes via google terugvinden is de blijdschap groot.

Veel sterker is dat effect als ouderen mentaal aangetast raken. Ik herinner me dat mijn moeder blij werd van het zingen van oude kinderliedjes toen ik haar verder op geen enkel andere manier meer kon bereiken. Dat is waardevol! En – een extra motivatie om juist hele jonge kinderen niet over te slaan bij poëzie-educatie.

Tot slot verwijs ik nog even naar het gedicht op de foto.