De poes met het rode oog

Een stuk of zes kinderen van 4 en 5 jaar oud van Said Dak (Dakkindercentrum aan de Vermeerstraat 66A) maakten een groepsgedicht. Docent Krijn Peter noteerde het gedicht, en Arda (5 jaar) zorgde voor de bijbehorende tekening.  Het gedicht heet:

De poes met het rode oog

Er is een poes en die heet Aksum
Hij is heel verdrietig
Hij is namelijk tegen de muur aangelopen
Nu is zijn oog helemaal rood
Het doet verschrikkelijk pijn
Dus hij jammert luidkeels:
Mi-au!’
Gelukkig hoort een vogeltje hem
en fluit voor hem een lied
Dat vrolijkt Aksum de poes weer wat op
Maar zijn oog doet nog altijd zeer
Dus vliegt het vogeltje voor hem naar de dierendokter
Die komt snel aangereden in de dierenambulance
en plakt een mooie pleister op zijn oog
Dan is Aksum de poes weer blij

 

In alle winkels water

Afgelopen voorjaar ontwierpen we een aantal lessen op verzoek van de Haagse stichting Kosmopolis. Die lessen waren voor Het Haags Kinderkabinet, een programma voor kinderen binnen school rondom de Turkse Dag voor de kinderen. Wat zouden kinderen veranderen, anders doen, als zij de baas waren – dat was de kernvraag.

Huis van Gedichten zorgde in Het Kinderkabinet voor de poëzie, maar kinderen maakt ook strips, raps, filmden, kortom Kosmopolis ontwikkelde een mooi en veelzijdige programma.  Reden om dit programma hier nu nog te noemen: exposities met kinderwerk toeren deze zomer door de stad. Ik kan alleen maar aanraden: ga kijken. Het programma dat zelfs doorloopt tot in oktober staat op de website van het Haags Kinderkabinet

En tot slot nog een gedicht. Jamie schrijft:

In alle winkels water
40 graden geen school in de buurt
en op de plaats van de school
vind ik duizenden euro’s.
Allemaal geld daar droom ik van.

De aquariums lichtblauw
paarse en roze vissen
dat zijn cadeautjes voor mij
dan ben ik blij.

Maar vraag er niet teveel over
want anders ga ik blozen.

 

Meer over bier en poëzie

Op het eerste oog klinkt het vreemd : overvloedig drankgebruik maakt gebruik van een tweede taal gemakkelijker.  Verder lezen bij Brainscape geeft een simpele verklaring – dronkenschap zorgt voor een tijdelijke vergroting van het vertrouwen in eigen vaardigheid.

Het afremmen van ik-kan-dit-niet, niemand-verstaat-me en het-is-geen-gehoor kan ook met het schrijven van gedichten.  Technieken uit het vakgebied creatieve writing zijn net als drank zeer geschikt voor het tijdelijk stilleggen van overmatig & dus remmend zelfbewustzijn. Scheiden van conceptueel denken en precieze uitvoering van dat concept zorgt ervoor dat alle twijfels voor persoonlijk onvermogen milder worden.

Als fouten maken mag wordt taal eenvoudiger. Dan durft de onzekere spreker of schrijver meer op de eigen woorden te vertrouwen. Dan klinken woorden beter, vanzelfsprekender en overtuigender. Losse woorden, gekke verbindingen, onverwachte regels: in een gedicht kan het allemaal.  Spellingsfouten en storende grammaticale imperfecties werk je later dan wel bij. Zo kan poëzie structureler dan drank bijdragen aan vertrouwdheid met een nieuwe taal. Tot slot eindig ik met een gedicht van student Nederlandse taal Cao Xian:

Vlinder en vogel
dansen in de lucht
zon water vuur
aarde van de wereld
huis eten
lucht van het leven
bloemen en groen
van het eiland
water van de zee
zon van de lucht

Omringd door een elftal kleuters

Bijna dagelijks gaan er deze maand docenten van Huis van Gedichten naar kinderdagcentrum van Dak. Alle Dak-centra hebben een voornaam, dragen als achternaam Dak. Milan Dak. Tarik Dak. Femke Dak. En steeds krijg ik  verhalen terug over hoe het was bij Laura Dak, Frank Dak, Nina dak.  Vandaag verwijs ik graag door naar een blogpost van docent Krijn Peter Hesselink Tien flessen bier in het kinderdagverblijf. Ook docenten Anne Büdgen en Jacques Brooijmans sturen regelmatig updates over het verloop van de lessen, zij komen hier binnenkort aan het woord.

Koprollen

Zo in de nadagen van schooljaar en cultureel seizoen buitelen de projecten bij ons over elkaar heen. Afrondingen. Subsidieverslagen. Offertes. Plannen. Vooruitkijken, terugblikken, en tegelijkertijd werken we gewoon door. Zoals bij Dak kindercentra.
Omdat Dak dit jaar 100 jaar bestaat wil Dak graag 100 poëzieworkshops. Kinderen vanaf 4 jaar maken kennis met gedichten horen, en werken aan nieuwe exemplarenin groepjes (kleine kinderen) en individueel (de groteren) .  Binnenkort hoop ik af en toe een gedicht van jonge (<7) of wat grotere (>7) kinderen hier te kunnen plaatsen. 100 groepen – dat zullen  toch snel meer dan 1000 gedichten zijn. Daaruit laten we graag enkele juweeltjes lezen.

Straatwoorden

Ik verzamel straatwoorden. Woorden die ik vind: op een muur (Leiden, Parijs), een stoeptegel of trottoirband (Den Haag), een vuilniswagen (Rotterdam), of op een straatlantaarn (De Panne). Vooral in mijn hoofd groeit de collectie. En omdat ik een slechte fotograaf ben is de collectie in mijn hoofd de mooiste – daar herinner ik me de ontdekking, het lezen, de stad, de sfeer, of het regende of niet, of het zomer was of stormachtige herfst.

Ik herinner me de tramhaltes in Istanbul  – wachten op de tram middenin het gedicht Ik luister naar Istanbul met mijn ogen dicht van de dichter Orhan Veli. Ik herinner me metrostation Wien Mitte als bouwput,  volgeschreven met onleesbaar gemaakte gedichten. Ik herinner me de expositie in Transvaal (Den Haag) met panelen op muren in een sloopstraat en poëzieposters achter bijna alle winkelruiten in de Kempstraat – werk van kinderen. En in mijn bureaula ligt een broodzak – in gebruik langs de hele Belgische kust een zomer lang, broodzak met gedicht.

Uit al die steden, strandplaatsjes, achterafhoekjes en A-locaties vormt zich in mijn hoofd een beeld. Een beeld van een eigen Haagse vorm van poëzie in het straatbeeld verweven. Nieuwsgierig ? Het plan staat online, en je kunt er op stemmen. Leiden heeft gedichten op muren, Rotterdam in de metro en op vuilniswagens – en Den Haag heeft een route, verweven door de stad: mij lijkt dat een mooie profilering. Mee eens? Stem je dan even?

Eerste exemplaar poëziebundel

 

Vier leerlingen van de inspecteur S. de Vriesschool hebben een allereerste exemplaar van de bundel ik wil je niet kwijt hebben in handen. In de kantine lazen ze hun gedichten hardop, voor leerlingen van alle deelnemende klassen. Trots voor zichzelf en voor elkaar!

ik ben jong nog jarenlang

In mijn eerste les op de Pleysierschool wil Roby niet meedoen. Zijn dyslexie zorgt voor onzekerheid zodra er tekst om de hoek komt kijken. Maar aan het einde van de  les komt hij met zijn poëziebundel naar voren lopen en vraagt of ik van Ruben van Gogh het gedicht  De dansende herinnering hardop wil lezen. Daarna is het ijs tussen hem en mij gebroken. Roby heeft hard gewerkt. Zijn gedicht:

ik ben jong nog jarenlang
dus maak ik er wat van
wat ik er van maak
kom ik wel tegen
als ik me maar vermaak

Vanmiddag heeft de Pleysierschool een expositie van het leerlingenwerk – de gedichten, vormgegeven door de leerling zelf, als poëzieposter.  Na de expositie zal ik een foto van de poster van Roby’s gedicht op dit log plaatsen.